Ola Carbona, Guitar 1988-1998
BREZHNEV DEUTSCHLAND TOUR 1996

Punk is heftig. Harde muziek en hanekammen. Lelijke mensen, waar de meesten liever met een grote boog omheen
wandelen. Maar wie denkt dat het in Nederland al de spuigaten uitloopt, die zal zich met geen mogelijkheid kunnen
voorstellen dat het in Duitsland nog veel en veel erger is. De Amsterdamse punkband Brezhnev bestaat
al acht jaar en is niet bepaald snel uit het veld geslagen. Toch werden tijdens een recentelijke tour bij onze oosterburen
regelmatig de wenkbrauwen gefronst. Gitarist Ola schetst het relaas van drie weken bier en sigaretten bietsen, schele
geluidsmensen, oranje vlekken in badkuipen, schlagerparties, poep aan de muren, blaffende honden die bijten en
sokken die als ovenhandschoen gebruikt worden. En geloof het of niet, binnenkort gaan ze weer, want ze hebben de
smaak te pakken!

Op een donderdag vertrekken we in een splinternieuwe huurbus. De oude Peugeot laten we tot verdriet van chauffeur en
eigenaar Gideon thuis. Niet geriefelijk en niet veilig genoeg volgens ons, de band. Volgens Gideon is ie perfect in orde
en kan de verwarming snel gefikst worden, maar dat laatste nog buiten beschouwing gelaten zijn we de klapband van
vorig jaar tijdens een sterke afdaling op de Autobahn nog niet vergeten. En dan die keer dat bassist Motör door de
openklappende schuifdeur verdween en de A2 opgleed, dat soort dingen kun je op een lange tour niet hebben.
Jarenlang heeft de Peugeot ons tamelijk trouw gediend, maar nu toont de Stichting Popmuziek Nederland al interesse!
Als ze daar naar buiten kijken kunnen ze hem altijd zien staan op de Wibautstraat, en nu willen ze hem wel hebben voor
het poparchief! Zelfs de bassist van de Treble Spankers, een groot liefhebber en kenner van oude rotzooi, vroeg mij
laatst verbaasd of wij echt nog met dat ding de snelweg opgaan. Ja dus, maar niet meer naar het buitenland. Ook al kan
hij zijn bekertje koffie nergens kwijt, toch is Gideon snel tevreden over de nieuwe Fiat, want hij gaat makkelijk
honderddertig! Spontaan denkt hij dan ook dat hij het tegen een laag passerend vliegtuig op kan nemen; zijn
onvermijdelijke nederlaag kan hij maar moeilijk verwerken. Maar zo zijn we wel in een mum van tijd voorbij Enschede,
alwaar in het prachtige dorp Wettringen ons eerste optreden zal plaatsvinden. Eigenlijk moeten we eerst in een ander
dorp bij de organisator gaan eten, maar daarvoor is het al te laat. Bij aankomst in de zaal laten we hem opbellen, of ie
met het eten naar de zaal wil komen. Maar degene die zou bellen vergeet dat een beetje, zodat er twee uur later een
kleffe maar niet eens onsmakelijke prak macaroni op tafel staat. Het optreden stelt niet veel voor, we werken ons er
geroutineerd doorheen ook al is het pas het eerste echte optreden van onze nieuwe zanger. Twiggy Pop noemen we
hem, want hij lijkt wel wat op Iggy maar hij is nog een stuk magerder. Zijn echte naam is William Hawkhead, maar dat
gelooft niemand en bovendien klinkt dat niet voor een punkzanger. Hij komt uit Engeland, is daar vertrokken toen Maggie
Thatcher aan de macht kwam en beweert dat hij in '77 discjockey in de beroemde Londense club Marquee
was. Ook had hij een buurman die naar de naam Johnny Rotten luisterde. Maar de huidige punks in Duitsland zouden
van een ander kaliber blijken te zijn dan hun Engelse collega's van twintig jaar terug... Na het optreden gaan we naar het
huis van Madness, de organisator, die zijn naam helaas bleek te ontlenen aan de band en niet aan enige vorm van
gekte. Een betere naam voor hem was trouwens Chatterbox geweest, want hij lulde ons ongegeneerd de oren van ons
hoofd. Hij had wel de mooiste zolder die ik ooit gezien heb. Qua afmetingen te vergelijken met het Drieluik in Zaandam,
alleen het podium was nog wat groter! Hier houdt hij wel eens festivals en alle bezoekers moeten dan door de voordeur
naar binnen en op de keurige badkamer naar de wc. Misschien is Madness toch de juiste naam.
's Morgens worden we wakker en zien we dat het buiten gevroren heeft. Het gesprek gaat meteen over de oude Peugeot
zonder verwarming en de twee optredens vorige winter in Duitsland, toen de enige warmte te danken was aan de motor
die regelmatig kookte en daarbij flinke wolken stoom de cabine inblies. Die rit eindigde uiteindelijk bij Enschede op een
pompstation, waar de bus op een trailer geladen werd en we in een verwarmde vrachtwagen naar huis werden gebracht.
Gideon wil ons voor mietjes uitmaken, maar dan komt Madness binnen en krijgt niemand meer de kans nog iets te
zeggen. Aardige kerel trouwens.
Dan gaat het naar Bremen. øeb, de drummer, trekt als eerste een blik bier open. Aan de hand van wat hij gisteren
gedronken heeft en zijn huidige tijdstip van aanvang, rekenen we uit dat hij tijdens deze tour zijn gewicht in bier zal
nuttigen. Hij weegt een kilo of honderd.
In Bremen gebeurt niet veel. In een winkelcentrum zitten twee meisjes van een jaar of veertien aan een grote fles sangria
of iets wat daar op lijkt. Het is laat in de middag en ze zijn al goed dronken. 's Avonds zijn ze er ook. Als we beginnen te
spelen gooit er eentje vlak voor het podium een fles stuk. De scherven vliegen ons om de oren en verbaasd kijken we
haar na als ze naar buiten rent. Na het optreden horen we dat ze heeft geprobeerd zelfmoord te plegen. Twiggy is
geschokt, vooral omdat ze zo jong is. We gaan nog wat eten bij een Turk (die zijn daar veel en veel beter dan in
Nederland met zijn gore snackbars; leve de Doner Kebab!) en parkeren de bus op aanraden van onze gids in een smal
straatje waar het eigenlijk niet mag maar dat wel helemaal volgeparkeerd staat. In Duitsland is het parkeerbeleid niet zo
onstuimig als hier.

De volgende ochtend staat alleen onze bus er nog, als een rots in de branding. Maar dan wel een rots met een kapotte
buitenspiegel. Dat gaat geld kosten. Gideon zegt lachend iets over een ouwe Peugeot en dan rijden we alweer. Naar
Braunschweig, oftewel Brunswijk. Er hangt sneeuw in de lucht. Het jongerencentrum met de prachtige naam Drachenflug
ligt in een gore buitenwijk en is gehuisvest in een soort oud schoolgebouw. Als we binnenkomen zijn er wat allochtone
kids aan het poolen. Even later wordt er een flinke PA binnengesjouwd, gevolgd door een lichtinstallatie. Het grote
klaslokaal raakt al aardig vol, en er moeten ook nog drie bands hun spullen kwijt op het brede, maar niet bepaald diepe
podium. Maar alles lukt en het wordt een geslaagde avond met een goed gevulde tent. Voor ons speelt een soort
metalband en na ons een folkpoppunkbandje uit Engeland. Het publiek kan deze vreemde line-up kennelijk goed
verteren, want het blijft druk en gezellig. Conny, mijn penvriendinnetje uit het naburige Salzgitter is er ook. Vorig jaar
speelden we bij haar om de hoek, toen was ze te laat om ons te zien. Nu ziet ze ons voor de eerste keer. Na afloop
moeten we beslist mee naar een Schlager­party in een discotheek in de binnenstad. Omdat we de volgende dag vrij zijn
doen we dat, maar eerst moet ik nog geld vangen voor het optreden. Het meisje dat me gaat betalen complimenteert
me met mijn goeie Duits en vond Brezhnev erg goed, maar er waren te weinig mensen en dus is er geen geld genoeg. Of
het voor wat minder kan. We spelen namelijk altijd voor de deuropbrengst maar wel met een minimumgarantie. Voor
gesjacher waren we al gewaarschuwd door onze Duitse platenbons, dus ik houd de poot stijf en krijg de volle mep (wat
overigens al schandalig weinig is; gelukkig weten we dan nog niet dat de Engelsen het dubbele krijgen terwijl
ze nota bene pas een paar dagen terug aan het programma zijn toegevoegd). Desondanks vindt Twiggy haar erg aardig.
Maar ze heeft al een vriend en daarom besluit hij om heel snel achter elkaar vier Kleine Feiglings naar binnen te slaan.
Intussen is het al een uur of vier als we bij de disco aankomen. Er komt een dronken kerel met een mes naar buiten
zeilen, dus binnen zal het nu wel veilig zijn. Van een Schlagerparty is niet bepaald sprake; een of andere eikel staat wat
seventiesrotzooi te draaien en iedereen is lam en vervelend. Kennelijk loopt het op zijn eind. Ik wil karaoke doen, maar
het mag niet. Twiggy staat te dansen en heeft niet eens door dat hij in de belangstelling verkeert van twee heavy
groovende chicks. Dat krijg je van die Feiglings. We drinken het bier op dat we nog hebben meegenomen uit de
Drachenflug en dan is het al een uur of zes. Mooie tijd.
Onze gastheer geeft ons de sleutel van zijn woning. Hij gaat nog de rest van de nacht door. Als we bij hem thuis
aankomen valt het me op dat het stinkt. Dooie katten of zo. Een stuk of drie in elke kamer. Toch ziet het er niet echt
smerig uit. Behalve het bad. Geen bruine strepen, zelfs geen groene. Oranje. Ik hou het erop dat de alcohol mijn
perceptievermogen parten speelt en duik diep weg in mijn slaapzak om niets te hoeven ruiken. Om een uur of elf zijn we
alweer wakker. Ik ga poepen en neem de badkuip nog eens in ogenschouw. Het vuil is werkelijk oranje. Als ik daarna mijn
slaapzak oprol gaat er een huivering door me heen bij de gedachte dat ik nog twee weken in dat ding moet slapen. Op
de brandstapel met dat ding. Het ontbijt in de Drachenflug is gelukkig in orde en op gaat het naar Leipzig. We hebben
twee offdays achter elkaar voor de boeg. Eentje stond er al, de ander is er een week voor het vertrek bijgekomen toen
Kassel uitviel. We kunnen wel een dag in Kassel te gast zijn, maar we gokken er op dat we in Leipzig, waar het
volgende optreden is, ook al terecht kunnen. Na veel omleidingen - ze zijn in het oosten de Autobahn grondig aan het
moderniseren, wat hard nodig is maar ook nogal wat ellende oplevert - en gesukkel met wegbeschrijvingen komen we
vroeg in de avond aan in Zoro, een kraakpandencomplex in een tamelijk nette buitenwijk.

Enigszins verbaasd door ons vroege arriveren worden we welkom geheten en mogen we van de gastenkamer en de
keuken gebruik maken. Dat is mooi, ook al is het er nogal koud en ruikt het in de slaapkamer ook niet al te fris (maar wel
een stuk frisser dan mijn slaapzak!). Nu moeten we twee dagen door zien te komen. øeb vindt onder de teevee in de
keuken een sexkaartspel (wat doet zoiets in een kraakpand???) met enkele wel zeer bedenkelijke damesgestaltes. Dus
kunnen we even flink elkaars vriendinnen beledigen. Als dat te erg wordt is er altijd wel ergens bier. De volgende dag
lopen we naar de binnenstad, een wandeling van anderhalf uur - doodt aardig de tijd! Gideon vermaakt zich prima met
het vinden van zaken als een waterkraan en een thermostaat; hij is ook zeker van plan om hier eens terug te komen met
een grote vrachtauto (of gewoon met zijn Peugeot) om badkuipen en fornuizen op te halen. Die zetten ze hier gewoon op
straat en in Nederland worden er fortuinen voor geboden. Na uitgebreid een café te hebben bezocht lopen we terug. Het
regent flink en er gaat ook een tram, maar øeb heeft op de heenweg niet ver van het centrum een pizzeria gezien, dus
gaan we lopen. De pizzeria blijkt uiteindelijk ongeveer honderd meter van Zoro gesitueerd te zijn en drijfnat gaan we
zitten. Alleen Twiggy is al een beetje uitgekeken op Leipzig. 's Avonds komen er drie vriendinnen uit Amsterdam over om
een paar dagen met ons mee te reizen. Erika heeft een extra slaapzak bij zich!! De derde dag slepen we ons naar het
optreden toe. Om een uur of drie worden al de voorbereidingen getroffen voor een pizzamaaltijd.
De koks gaan uit van zo'n vier uien per persoon! Als het zaakje een paar uur later uit de oven moet worden gehaald is er
geen ovenhandschoen. Wat nu? Daar staat Gideon opeens met een paar sokken te zwaaien. Die kan ie nooit zo snel uit
zijn tas gehaald hebben, dus hij heeft ze waarschijnlijk uitgetrokken. Helaas kan ik zijn voeten niet zien. Maar gelukkig ruik
ik ze ook niet. Hoe dan ook, de kok kan zijn pizza's uit de oven halen.

Er zijn vanavond vier bands en wij spelen het laatst, dus het wordt laat. Twiggy heeft ondertussen zwaar de pest in en dat
wordt alleen maar erger als we na een hoop getreuzel van de andere bands pas tegen tweeën op het podium staan. De
zaal is goed gevuld maar lang niet vol, en toch is ademhalen al behoorlijk moeilijk. Het fenomeen 'bierpunk' tiert hier
welig, op de plee schijten ze tegen de muur in plaats van in de pot en Gideon vermaakt zich prima door ingedutte
dronkelappen met vele Brezhnev-stickers te beplakken.
De sfeer was tot nu toe goed, maar als we beginnen is het grootste deel van het publiek erg dronken. Bij het eerste
nummer wordt er meteen een monitor de zaal ingesleurd en zijn we drijfnat van het bier dat er gegooid wordt. Als Motör
wat later de microfoon die voor hem staat in zijn gezicht krijgt doordat er iemand op de standaard springt, houden we het
even voor gezien. Maar niemand is meer voor rede vatbaar. Doorspelen, eikels! Punk! Twiggy is
volkomen pissed en de organisator weet van geen ophouden met afdingen als het op betalen aankomt. Hij krijgt bij wijze
van uitzondering vijftig mark korting, we hebben tenslotte drie dagen van zijn gastvrijheid genoten. We laten hem wel
beloven dat bij een volgende gelegenheid wij zelf bepalen wie er bij de kassa staat, want de tamelijk geflipte Stevie Nicks
rip-off die er vanavond zat had het niet eens door als er mensen binnenkwamen!

De volgende dag Berlijn! Eerst weer een vrije dag, maar die kom je wel door in Berlijn. Dat valt ook tegen. De  
Brandenburger Tor leek altijd zo'n indrukwekkend bouwwerk, maar is amper groter dan de Haarlemmerpoort. De resten
van Checkpoint Charlie zijn ook lachwekkend, je gaat je afvragen of die tweedeling wel echt was.
Geen wonder dat al die Duitsers altijd komen vragen wat Brezhnev betekent, als je dit ziet had het er net zo goed
allemaal niet geweest kunnen zijn. Van onbeduidend allooi. En een ritje met de metro kost bijna vier Mark. De avond
brengen we dus door in het gastenverblijf, met veel bier. Gideon steelt de show door met zijn zojuist aangeschafte
tondeuse zijn kop hartstikke kaal te scheren. De volgende dag spelen we voor de eerste keer samen met Bambix, onze
Brabantse tegenvoeters met een wat meer poppie inslag. Vandaar dat ze het in Duitsland erg goed doen. Behalve in
Berlijn kennelijk, want met een mannetje of vijftig, zestig hebben we het vanavond wel gehad. De entree- en drankprijzen
van het KOB zijn ook wel erg hoog, en dus komt er weer niet genoeg geld binnen. De organisator leek zo'n geschikte
peer, maar nu hij dronken is en na een half uur zaniken nog geen schilling van de prijs af heeft gekregen, wordt hij
minder gezellig. Hij betaalt, maar de volgende ochtend is er geen ontbijt en bovendien komt meneer sowieso niet
opdagen met de sleutel van de ruimte waar onze spullen staan. Uiteindelijk vinden we iemand met een sleutel en kunnen
we vertrekken naar Magdeburg, waar we, weer met Bambix, in een oude staatsgevangenis spelen.

De punks hier zijn dol op honden, en die honden, een stuk of acht schat ik, zijn allemaal klootzakken. Alleen Gideon weet
goede sier bij ze te maken, met mijn koekjes. Een verkeerd woord tegen zo'n kreng en het begint tegen je te blaffen,
waarop al zijn kameraden aan komen rennen en mee gaan blaffen en grommen. En bijten, volgens Twiggy. Maar het
optreden gaat goed en het publiek is enthousiast. Twiggy wordt nog een keer gebeten op het podium en een van de
monsters nestelt zich behaaglijk aan mijn voeten, zodat ik nauwelijks meer bij mijn microfoon kan. Bij Bambix wordt er
ondertussen flink gejat van de cd's en shirts die ze voor de verkoop uitgestald hebben. In het oosten van Duitsland kijken
de punks niet zo nauw.
Ook niet met alcohol. Drank is meer iets om de tijd mee te doden dan om de tijd mee door te brengen. Ik kan me ook niet
herinneren dat ik in die kontreien een punk heb zien lachen. Vechten doen ze wel, vooral als Bambix speelt is het bijna
elke keer raak. Het valt gewoon op. Bij ons gebeurt er eigenlijk nooit wat, maar nu meende het tuig kennelijk dat er in de
slaapruimte nog wel wat te halen viel. Daar sta je dan op je blote voeten met alleen een onderbroek aan karate te doen.
Hakkuuuuh! Een dag later in Freiberg, tegen de Tsjechische grens, gaat het ook aardig tekeer. Bambix zorgt voor een
bomvolle zaal in de heerlijk ongeventileerde ruimte onder in het plaatselijke kasteel, een prachtige locatie waar ze 's
zomers ook buiten festivals hebben.
Daarbij werd trouwens vorig jaar het kanteeldiven geïntroduceerd, maar dat terzijde. Het publiek weert zich manhaftig en
af en toe rollen er een paar vechtend naar buiten. En jawel, voor de eerste keer krijgen we meer geld dan contractueel
als garantie is overeengekomen. Minder leuk is dat de camera van øeb, of beter: de door øeb van een kennis geleende
camera, uit de kleedkamer blijkt te zijn gejat. Een paar jaar geleden is dat ons in Praag - niet meer dan zo'n zestig
kilometer van Freiberg !?! - ook overkomen, toen een door mij geleende camera door een schoonmaker werd gejat. Die
hebben ze toen vrij snel achterhaald en ontslagen. Nu zit ik met een stapel foto's van de familie van de dief van de door
mij geleende camera, maar ook dat terzijde.  Wel zo rustig is het om de volgende dag als enige band in Erfurt te staan.
Geen gehaast, geen gedonder met voorprogramma’s die onze apparaten moeten lenen, en als bonus ook nog eens
heerlijk relaxte mensen achter de bar en aan de knoppen. Ze weten alleen niet dat we blijven slapen, maar dat is in twee
minuten geregeld.
Hier hebben we een maand of acht geleden nog gespeeld met Heidi, onze vorige zanger, en we zijn benieuwd of er nu
eindelijk eens iemand naar hem gaat vragen. Niet dus, maar tot grote vreugde van Gideon zijn er wel drie mensen
speciaal voor de oude Peugeot gekomen. We spelen twee sets en in de pauze komt iemand die we nog niet eerder
gezien hebben aan Motör vertellen dat we de afgesproken gage wel kunnen vergeten. We laten ons plezier echter niet
vergallen, hebben veel lol met het publiek (dat desgevraagd aan Gideon uitlegt dat ze niet dansen omdat ze al hun
zakken vol met bierflessen hebben zitten) en krijgen na afloop van het meisje achter de bar tweehonderd mark meer dan
de garantie. 'Het is wel veel geld', zegt ze, maar het is goed zo. Ze krijgt een cd voor achter de bar
en is dolblij: 'Nu hebben we eindelijk een punk-cd!' Iedereen tevreden, en vooral Gideon, die de hele avond over
Peugeots heeft kunnen praten en ook nog een mooie prijs heeft gemaakt voor zijn tien jaar oude Queen T-shirt. Onze
gastheren hebben ook nog geregeld dat de Turk over de brug ons na sluitingstijd binnenlaat om nog een overheerlijke
Doner kebab te nuttigen. Klasse!

De volgende ochtend moeten we naar de wasserette, want achter in de bus ruikt het niet bepaald fris meer. Iedereen
gooit zijn rotzooi in zo'n apparaat, behalve Gideon. Terwijl die naar eigen zeggen maar drie paar ondergoed bij zich had.
Rook zeker nog lekker naar pizza. Als we even niet opletten staat Motör met twee keurige oude dametjes te kletsen. Het
komt erop neer dat ze ons er wel erg vies uit vinden zien, maar dat ze het toch erg waarderen dat wij onze kleren wassen.
Alleen snappen ze niet wat wij in Erfurt komen zoeken:'De mensen hebben hier toch geen rooie cent?'

Met Erfurt zeggen we het oosten vaarwel en komen terecht in het schitterende stadje Marburg, een authentiek Fachbau-
bolwerk in hartje Duitsland. Naast veel toeristen en studenten hebben ze hier ook een soort van opleidingsinstituut voor
slechtzienden. Vergezeld van een instructeur doen ze hier hun eerste schreden met een blindenstok, en het is even
moeilijk om niet te lachen als je er eentje tegen een lantarenpaal ziet oplopen, vooral omdat die instructeur dat gewoon
laat gebeuren. 's Avonds is er ook een bijna-blinde in de zaal en met zijn superontwikkelde gehoorvermogen weet hij ons
dingen over onze muziek te vertellen waar we zelf nooit weet van hadden. De geluidsman hier is trouwens zo scheel
dat ik meteen mijn geduld verlies. Praat ie nou tegen mij of staat er nog iemand drie meter schuin achter me die ik niet
gezien had? Maar het optreden is te gek. We spelen niet zo best maar compenseren dat met een hoop lol, en dat vindt
het zeer studentikoze publiek prachtig. Bambix is er ook weer en als die aan hun toegift beginnen besluiten Twiggy en ik
om even door het - vrij tamme - publiek heen te pogoën. Dan slaat het noodlot toe. Twiggy krijgt een gerichte trap in zijn
ribben van iemand die hij later omschrijft als iets tussen een skin en een paratrooper. Eerst lijkt het niet zo erg, maar aan
het eind van de avond treffen we hem krimpend van de pijn aan in de kleedkamer. De dader is niet meer terug te vinden
in de zaal en zodoende weten we nog steeds niet waarom die trap nodig was. Laat staan dat we hem er een hadden
kunnen terugverkopen.
Woede en onbegrip.
Dit was nota bene het rustigste publiek dat we tot nu toe gehad hebben. Gelukkig hebben we de volgende dag vrij
en na een bezoek aan een dokter blijkt Twiggy een paar gekneusde ribben te hebben. En vooral veel pijn. De druppels
die hij krijgt om de pijn te stillen verdoven alleen maar zijn keel. We blijven nog een nacht in Marburg en onze gastheer
blijkt softdrugs te verhandelen. Dat komt een aantal van ons goed uit. De vlam gaat in de pijp en na tien minuten lijkt
onze vriend eerder stomdronken dan stoned. Lallend en wankelend staat hij uitgebreid afscheid van ons te nemen, want
hij slaapt ergens anders. Aan de rest van de rokers is niks af te zien.

De volgende ochtend meldt de radio het trieste nieuws dat Leonard Nimoy het tijdelijke voor het eeuwige heeft
verwisseld. We stappen de bus in en rijden naar Homburg. Twiggy bijt op zijn lip bij de geringste oneffenheid in de weg.
Hij wil naar huis, maar we kunnen de inkomsten van de laatste optredens niet missen. Bovendien wil hij de al weken
uitverkochte labelparty, het laatste optreden van de tour met alle bands van ons Duitse platenlabel Vitaminepillen, zelf
ook niet missen. Maar de drie optredens die ons nog scheiden van die dag zullen we grotendeels met zijn drieën moeten
doen.
Als we binnenkomen in het jongerencentrum in Homburg hangt daar een levensgrote poster van Mr. Spock. 'Live long
and prosper',
zijn lijfspreuk, staat er naast hem gedrukt. Een stuitende samenloop van omstandigheden, maar nu we toch vanwege
Twiggy het programma moeten aanpassen (van een hoop nummers kent alleen hij de tekst) wil ik wel een reeds lang
geschrapte space-smartlap zingen, No Time For Love On Delta 4. Tot opluchting van øeb en Motör krijgen we hem er bij
de soundcheck niet goed uit en gaat het feest niet door. Met wat oudjes die wel lukken en wat extra covers komen we
tot een set van een klein uur, waarvan Twiggy een kwartier mee zal doen. We kunnen dus doen alsof er niets aan de
hand is en rustig gaan eten. Maar het eten laat nog even op zich wachten en
opeens is øeb zijn ghettoblaster kwijt. 'Eerst m'n camera en nu dit. We vertrekken NU', brult hij. Maar het apparaat blijkt
gewoon in een tas naast zijn drumstel te staan. Dan komt het eten. Gelukkig niet uit de keuken achter de bar, want daar
liggen meer muizenkeutels dan er in een familiepak Venz gaan. Soep. Niet meer maar zeker niet onsmakelijk. Toch eerst
nog maar even naar de Turk voor het optreden. Als we terugkomen is het voorprogramma allang klaar en de helft van
het veertigkoppige publiek ('Heel Saarbrücken komt want daar zijn alle alternatieve tenten gesloten door de gemeente',
zei de organisator, en hij leek het te menen) alweer vertrokken. Maar het handjevol dat overblijft gaat helemaal uit zijn
dak. Twiggy wordt zowat gek van ellende als hij ons drieën op het podium ziet, maar de vijf nummers
aan het eind van de set krijgt hij er ondanks de adrenaline nauwelijks uitgeperst, zodat we hem de volgende dag
verbieden om mee te doen.

Dan zitten we in Mainz, in een soort van woonwagenkamp midden op de universiteitscampus. 'Autonomen' noemen ze
daar de mensen die de voorkeur geven aan een kille houten keet boven een betonnen kerker van drie bij drie op twintig
hoog. Op het sportcomplex is het evenwel goddelijk douchen. We spelen in een soort van garage, niet meer dan zes bij
zes meter groot, samen met een populaire coverband uit Bonn, genaamd The Puke. Er gaan toch nog zo'n tachtig man in
deze koektrommel en de sfeer is fantastisch. Terwijl Twiggy tandenknarsend toe moet kijken spelen we een gedreven set
en daarna brullen we vrolijk mee met The Puke, die minstens vijftien nummers van de Sex Pistols spelen en verder alle
punkklassiekers haarzuiver kunnen reproduceren.
Ook Gideon is goed op dreef in zijn steeds groeiende functie van parafernaliaverkoper. In het café naast de garage
verpatst hij zonder er erg in te hebben een leeg cd-hoesje - tegen een absolute bodemprijs, dat wel! - en hij voorziet
twee Marokkanen op leeftijd van een T-shirt. Niet dat laatstgenoemden weten dat Brezhnev een band is, maar ze zijn
verstokte bewonderaars van de grote staatsman zelf!

De laatste loodjes komen eraan. Op weg naar Trier begint het flink te sneeuwen en lopen we aardig vertraging op.
Vorige week schijnt er tussen Bremen en Berlijn, op de route die we drie dagen daarvoor hadden afgelegd, een file van
honderd kilometer te zijn ontstaan door sneeuwval en moesten automobilisen de nacht in hun auto doorbrengen. Dat
geeft te denken. Maar we komen zonder veel problemen aan. Het voorprogramma heeft dan al afgebeld, want hun route
was al ondergesneeuwd. Veel publiek wordt er ook niet verwacht, want dat moet uit de omtrek komen en het weer wordt
steeds slechter.
Om een uur of tien zijn er een slordige acht betalende bezoekers binnen, dus beginnen we maar gewoon. Halverwege
besluit de organisator om de bij de deur bivakkerende zwervers gratis binnen te laten, om de zaak een wat dragelijker
aangezicht te geven. De onverlaten schromen niet om direkt een speurtocht over het podium te ondernemen, want de
band krijgt nu eenmaal gratis bier en heeft ook altijd wel sigaretten bij zich. Ook na het optreden in de kleedkamer
hebben we geen rust. Je kunt je kont niet keren of de flessen vliegen het krat uit. En of we maar alsjeblieft snel met wat
sigaretten voor de draad willen komen, want ze weten heus wel dat we die hebben. Totdat Motör met half dichtgeknepen
ogen tegen een van hen Nederlands begint te praten.
Wij weten dan dat de tolerantiegrens bereikt is, en toch weet die Duitser nog een sigaret van hem los te krijgen. Heeft ie
Motör van zijn voetstuk gekregen? Neen, nou ja, in die zin dat ie nog niet eerder verteld had dat we bij hem zouden
overnachten...

Als we opstaan zijn onze gastheren al vertrokken naar de labelparty in Neuss, die om drie uur begint. Wij moeten om vier
uur spelen en hebben ons een beetje verslapen, want het is nog een aardig eindje rijden richting Düsseldorf. Ook
vreemd dat er geen ontbijt is, maar gelukkig vindt Gideon een pakket kant en klare pizza's, die hij voor het gemak maar in
de magnetron gooit. Het resulteert in een soort deeggom, waar je nog net wat kaas van af kunt peuteren. Dan maar naar
de bakker en op weg.
Even na drieën rijden we Neuss binnen. Iets te hard volgens oom agent, die daar achterbaks achter een bushuisje
verscholen ons te grazen nam. Honderd mark, meteen betalen. En dan nog met een andere besnord varken in een
politiebusje een hele kluwen formulieren invullen, zodat we met een dik half uur oponthoud precies om vier uur
aankomen. We zijn al omgewisseld met de band na ons, zodat we ons op ons gemak door de bende dronken punks die
op de grond liggen te snurken naar de kleedkamer kunnen begeven. Daar treffen we onze vrienden uit Trier aan, die het
bier en de hapjes voor de bands al gevonden hebben en het er goed van nemen. Ze hebben alleen niks te roken en zien
kennelijk geen enkele aanleiding om te proberen bij ons wat los te krijgen. Ze proberen het dan ook niet.
Als we opkomen is het zo vochtig in de zaal dat mijn hand echt kletsnat wordt als ik mijn nog tamelijk koude gitaar vastpak.
Airco is er vooralsnog kennelijk niet. Doet me denken aan het verhaal van iemand die in een zaaltje in Bremen een
sigaret wilde opsteken maar zijn aansteker niet aankreeg vanwege zuurstofgebrek.
Het voelt alsof we in een tropisch regenwoud staan te spelen en na een nummer of vijf houdt de bas ermee op.
Wateroverlast. Twiggy, die voor het eerst weer het hele optreden meedoet, sterft duizend doden. Met een nieuwe bas
maken we het zaakje vrij snel af, ook al blijft het meezingende publiek om meer roepen. Als we van het podium afkomen
gaat de airco aan.
De rest van de avond is het best gezellig. Bambix speelt de pannen van het dak en een paar honderd man zingen alle
nummers mee. Een totaal verrotte punk ligt half in zwijm over een monitor en maakt met zijn vingers een soort V-teken
naar Maniet, de bassiste. Peace? Victory? Nee, hij wil een sigaret.
øeb is opeens een standaard van zijn drumstel kwijt. 'Nu stamp ik ze allemaal in elkaar', brult hij terwijl hij naar de zaal
dendert. 'Dat ding heeft ie een kwartier geleden aan mij gegeven om in de bus te zetten', grijnst Gideon. En zo komt alles
aan het eind nog goed. We stappen voor de laatste keer in de stinkende bus en rijden terug naar Amsterdam.

De volgende ochtend kijk ik wat kranten door van de afgelopen weken en dan blijkt dat Spock helemaal niet dood is. Het
meisje met het lege cd-hoesje kom ik een week later tegen als ik met Bambix nog een weekend meega naar Duitsland. Ze
kan er wel om lachen, maar ik moet haar wel nog een cd opsturen. Had ze maar niet zo hard weg moeten lopen met dat
hoesje. Ook de mannen van Trier zijn er weer. 'Wat was dat met die pizza's?' vraagt er een, en ik blijf hem het antwoord
met plezier schuldig. De ander had nog een trui van een van ons gevonden. 'Geef maar mee', zeg ik, maar hij heeft hem
naar zijn moeder gebracht om te wassen. De stank was te erg. 'Geef me dan maar een sigaret', zeg ik en ik wijs op het
pakje dat hij in zijn handen heeft. Daar heeft ie niet van terug.

Ola Carbona